Informatie
23
De vitamines zijn ontdekt in de eerste helft van de twin-
tigste eeuw, vanaf 1906. Na de ontdekking dat voedsel be-
paalde stoffen bevat die essentieel zijn voor het behoud
van een goede gezondheid, werd de benaming vitamines
ervoor bedacht. Het woord is een combinatie van het La-
tijnse vita (= leven) en amine (= stikstof-bevattende ver-
binding). Later werd bekend dat niet alle vitamines
stikstof bevatten, maar het woord vitamine was toen al al-
gemeen in gebruik. Door gedurende langere tijd te weinig
vitamines binnen te krijgen, ontstaan er ziektes. Bekend is
scheurbuik, dat ontstond bij langdurig te geringe inname
van vitamine C bij lange zeereizen in vroeger tijden.
Symptomen bij scheurbuik zijn zwelling en bloeding van
tandvlees, slapte, stijve en pijnlijke ledematen. Een En-
gelse arts ontdekte in het midden van de 18e eeuw de re-
latie tussen het eten van citrusfruit en het verdwijnen van
de klachten. Later werd bekend dat de klachten veroor-
zaakt werden door een tekort aan vitamine C. Andere
voorbeelden zijn een tekort aan vitamine D waarbij de
Engelse ziekte (rachitis) ontstaat en vitamine B1 dat leidt
tot beri beri (Sri Lankees voor ‘ernstige zwakte’ met zowel
hart- als neurologische problemen) en dat werd gevonden
als alleen gepelde witte rijst werd gegeten.
Welke vitamines kennen we?
Er zijn dertien vitamines: vier in vetoplosbare vitamines
en negen in wateroplosbare vitamines. De vetoplosbare
vitamines zijn vitamine A, vitamine D, vitamine E en vita-
mine K. De vetoplosbare vitamines zitten voornamelijk in
het vet van voedingsmiddelen en kunnen in de weefsels
(
vet) van het lichaam worden opgeslagen. De wateroplos-
bare vitamines zijn vitamine B1, B2, B3, B5, B6, B8, B11,
B12 en vitamine C. Het lichaam kan deze wateroplosbare
vitamines (met uitzondering van vitamine B12) niet goed
opslaan; een teveel verlaat het lichaam via de urine.
Hoeveel is nodig?
Adviezen over hoeveel vitamines en mineralen we per dag
nodig hebben, zijn opgesteld door de Gezondheidsraad.
De Gezondheidsraad is een adviesorgaan van de overheid.
De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) kan ver-
schillen per leeftijdsgroep en per geslacht. De ADH heeft
betrekking op de gemiddelde behoefte van de Neder-
landse bevolking met daar bovenop nog een ruime marge
om rekening te houden met de verschillen in individuele
behoeftes. Volgens de definitie zou de ADH de behoefte
van 97,5% van de bevolking moeten dekken. 2,5% van de
bevolking heeft dus meer nodig dan de ADH, maar daar
staat tegenover dat het merendeel van de bevolking aan
minder ook al voldoende heeft. Als iemand structureel
(
langer dan enkele weken) minder vitamines binnenkrijgt
dan de ADH, betekent dat nog niet automatisch dat er
sprake is van een tekort. De kans is groot dat deze per-
soon hoort bij de 97,5% van de bevolking die aan minder
ook al voldoende heeft. Daarom kan een tekort uitslui-
tend worden aangetoond door in het lichaam te meten
hoeveel van een vitamine beschikbaar is om de normale
functies van de organen en weefsels te laten plaatsvinden.
Extra vitamines bij stofwisselingsziekten
De meeste gezonde mensen hebben geen extra vitamines
nodig, want ze krijgen al voldoende binnen door gezond
en gevarieerd te eten. Er zijn een paar speciale groepen
mensen, die extra vitamines nodig hebben en die niet ge-
noeg vitamines binnenkrijgen via eten en drinken en zon-
licht. Voor hen wordt aanbevolen gebruik te maken van
vitaminesupplementen.
Bij stofwisselingsziekten zijn er twee redenen om extra vi-
tamines te gebruiken:
1.
als hulpmiddel om omzettingsprocessen in de
stofwisseling beter te laten verlopen
2.
als aanvulling op tekorten die door het
voorgeschreven dieet ontstaan.
In het eerste geval zijn bij de stofwisseling vitamines nodig
voor het activeren van specifieke processen. Wanneer bij
een stofwisselingsziekte zo’n omzettingsproces niet goed
verloopt, kan deze omzetting soms worden verbeterd door
extra van dat bepaalde vitamine te geven om zo het om-
zettingsproces te stimuleren. De ene patiënt reageert hier
wel op (is responsief), een andere met dezelfde aandoe-
ning echter niet. Ingeval van responsiviteit is vaak een veel
hogere dosering nodig van dat specifieke vitamine. Het
betreffende vitamine wordt in de gewenste dosering door
de behandelend arts voorgeschreven en is in die situatie
als medicijn te beschouwen. Bij verschillende stofwisse-
lingsziekten spelen verschillende vitamines een rol. In de
tabel staan de meest voorkomende toepassingen.
Ten tweede, bij een groot aantal stofwisselingsziekten is
een dieet onderdeel van de behandeling. Bij zo’n dieet kan
een beperking of juist verrijking van eiwit, vet en bepaalde
koolhydraten worden voorgeschreven. Een dergelijk dieet
kan leiden tot tekort in de voorziening van vitamines.
Vaak zijn bij deze diëten ook speciale dieetpreparaten
Vitamines van levensbelang
Ons lichaam heeft voedingsstoffen nodig. Uit onze voeding halen we grote hoeveelheden eiwitten, vetten en kool-
hydraten en kleine hoeveelheden, maar onmisbare vitamines, mineralen en spoorelementen. Dit keer in de rubriek
Voeding aandacht voor de vitamines. Vitamines zijn in het lichaam werkzaam in kleine hoeveelheden (milligram-
men) en zorgen ervoor dat allerlei processen in de stofwisseling goed verlopen. Vitamines kunnen we niet zelf
maken (behalve vitamine D onder invloed van zonlicht) en moeten we met de voeding binnen krijgen. Vitamines
zijn essentieel voor het goed functioneren van veel stofwisselingsprocessen het lichaam.
Zijn extra vitamines nodig bij stofwisselingsziekten?