17
Informatie
Zoektocht naar een medicijn
Prof. dr. Smeitink is kinderarts en hoofd van de afdeling Metabole en Endocriene ziekten van het UMC St. Rad-
boud in Nijmegen. Op zijn afdeling werken binnen de patiëntenzorg, de diagnostiek en het onderzoek zo’n 70
mensen. Hij is een gedreven arts en onderzoeker, die zich vol overgave stort op het vinden van een medicijn voor
mitochondriële ziekten. ‘Het doel is uiteindelijk om deze ziekten te genezen’, zegt hij.
Interview met prof. Smeitink over mitochondriële ziekten
In zijn lege werkkamer -hij moet in-
tern verhuizen- vertelt prof. dr. Jan
Smeitink over de lange dagen die hij
maakt. Naast de patiëntenzorg be-
steedt hij steeds meer tijd aan zijn
onderzoek naar het vinden van een
behandeling voor mitochondriële
ziekten. Al gauw wordt zijn motivatie
duidelijk: ‘In de laatste twee weken
zijn er opnieuw weer enkele patiën-
ten overleden aan een energiestofwis-
selingsziekte. We moeten er alles aan
doen om dit te gaan voorkomen.
Snelheid is geboden’, vertelt Smei-
tink. Het doel van Smeitink is om
mitochondriële ziekten te genezen.
Het doel wat binnen handbereik is,
is het ziekteproces te stoppen. Hoe
eerder daarmee begonnen wordt, hoe
beter het is’, zegt Smeitink.
Metabole manipulatie
Om dit doel te bereiken, wordt er
veel onderzoek gedaan, eerst in cellij-
nen, dan in diermodellen en later in
klinische trials bij patiënten. ‘Het
principe dat wij toepassen, heet me-
tabole manipulatie. Als er een afwij-
king in het DNA zit, gaat er iets fout
in de chemische processen in de cel,
die ATP (voor de cel opneembare
energiepakketjes”) moeten vormen.
Vele processen in de cel veranderen
en er worden schadelijke verbindin-
gen gevormd’, vertelt Smeitink. De
bedoeling is om met bepaalde com-
pounds (stoffen) die processen in de
cel te beïnvloeden, zodat de cel en
mitochondriën weer naar behoren
functioneren. Op deze manier wordt
niet de enzymdeficiëntie opgelost,
maar worden schadelijke stoffen
weggevangen en wordt het metabo-
lisme omgeleid. Het idee is om pa-
tiënten straks een pil te geven met
stoffen die de schadelijke stoffen
kunnen “wegvangen” of binnen de
cel omleidingen aan te leggen. ‘Ook
kunnen we zorgen dat er iets meer
calcium in de mitochondriën komt,
zodat ze wat harder gaan werken. Of
we voegen stoffen toe, die de het pro-
ces van DNA naar eiwit beïnvloeden
(
transcriptie-translatie), zodat er meer
eiwit gemaakt wordt uit het DNA’,
zegt Smeitink. ‘We verwachten niet
dat we de “golden bullet” hebben, die
in één keer alles pakt, daarom richten
we ons op meerdere systemen tegelij-
kertijd’, vervolgt hij. De behandeling
zal dan ook een combinatietherapie
worden. Smeitink verwacht in aller-
gunstigste scenario over 3- 3½ jaar
bezig te zijn met klinische trials.
Doorbraak
Smeitink en zijn team zijn momen-
teel bezig vele compounds te testen
in zowel gezonde als zieke cellijnen,
om te kijken welke invloed die heb-
ben op de energiestatus van de cel.
Dat basale onderzoek is nodig om
begrip te krijgen van welke processen
zich in de cel afspelen en om nieuwe
behandelmogelijkheden te ontdek-
ken. Het duurde eerst drie weken om
één stofje te testen, nu is er een “high
throughput” methode ontwikkeld en
kunnen er 30 stofjes in één dag getest
worden. ‘Dat is echt een doorbraak’,
zegt Smeitink trots. ‘Dit geeft hand-
vaten om de zoektocht naar een me-
dicijn te versnellen.’
Hij vervolgt zijn verhaal: ‘Op dit mo-
ment hebben we bewijs dat bepaalde
compounds werken in cellijnen en
ook op dierniveau hebben we voor-
zichtig gesteld de eerste positieve re-
sultaten.’ Eerst moet nu de
toediening mensvriendelijk worden,
nu krijgen de proefdieren de stoffen
via de buikholte toegediend. Ook
moet duidelijk worden of de stoffen
niet giftig zijn en wat de optimale do-
sering is. Het plan is om een pil te
ontwikkelen, die geslikt moet wor-
den. Er zal dus ook gekeken moeten
worden naar de vertering en de op-
name van de stoffen door het li-
chaam, de stofwisseling en
uitscheiding. ‘Daar is specifieke ex-
pertise voor nodig.’
We verwachten niet dat we de “golden bullet” hebben, die in één keer alles
pakt, daarom richten we ons op meerdere systemen tegelijkertijd.’