December 2011
23
Vruchtbaarheid en Zwangerschap
Vruchtbaarheid:
Bij vrouwen met GSD 3 komen cysten van de eierstokken vaak voor. Dit leidt echter zelden tot
klachten en vrouwen zijn normaal vruchtbaar. Ook mannen zijn normaal vruchtbaar.
Zwangerschap:
Bij een zwangerschapswens is het belangrijk dat de metabole instelling goed is. Dat betekent
normale bloedsuikerspiegels en goede bloedwaarden.
Tijdens de zwangerschap kunnen veranderingen optreden in de metabole instelling. Daarbij gaat
het bijvoorbeeld om lage bloedsuikerspiegels. Slechte metabole instelling kan negatieve gevolgen
hebben op het ongeboren kind. Daarom zijn extra bloedcontroles, extra controles bij de internist
en diëtist en eventueel aanpassingen in het dieet nodig. Ook wordt u doorverwezen naar de
cardioloog om te controleren of sprake is van cardiomyopathie. Tenslotte is het belangrijk om
samen met uw internist en eventueel met de gynaecoloog te kijken of de medicijnen die u gebruikt
geen schadelijke gevolgen voor de baby hebben.
Bevalling:
Rondom de bevalling moet u zorgen voor voldoende suikerinname, bijvoorbeeld via continue
sondevoeding of een infuus met glucose. Soms wordt besloten tot een keizersnede. De internist
zet speciaal voor de bevalling een zorgteam op. Ook zorgt hij ervoor dat alle zorgverleners rond de
bevalling op de hoogte zijn van de extra aandachtspunten voor een patiënt met GSD 3.
Borstvoeding geven is goed mogelijk. Het is wel belangrijk het dieet hierop aan te passen.
Borstvoeding geven kost immers veel energie.
Bespreek tijdens en na uw zwangerschap met uw internist en uw gynaecoloog welke medicijnen u
gebruikt. Zij kunnen controleren of de medicijnen geen schadelijke gevolgen hebben voor de baby.
Erfelijkheid
De internist bespreekt de erfelijkheid van GSD 3 met u. Als daar behoefte aan is, krijgt u een
verwijzing naar de klinisch geneticus. Dat is een arts die is gespecialiseerd in erfelijkheid van
ziekten. Hij kan de erfelijkheid nogmaals met u doornemen. Ook kan hij de gevolgen binnen uw
gezin en familie met u bespreken.
4.4
Vaste medebehandelaren: diëtist
De diëtist die u begeleidt is gespecialiseerd in erfelijke stofwisselingsziekten. Hij vervult een
belangrijke rol bij uw begeleiding. De diëtist heeft vooral aandacht voor het dieet en de
volwaardigheid ervan. Ook let de diëtist op belangrijke zaken die hiermee te maken hebben.
Voorbeelden zijn laboratoriumuitslagen, het noodprotocol en psychosociale kwesties.
In principe bezoekt u de diëtist eenmaal per jaar. Als er tussen de controles nog vragen zijn over
het dieet, kunt u contact opnemen met de diëtist.
Dieet
Met de diëtist bespreekt u eventuele knelpunten binnen het dieet. Het dieet wordt aangepast bij
veranderingen in het dagelijks leven. Er wordt ook gekeken naar de volwaardigheid van het dieet.
Het zo goed mogelijk volgen van het dieet (vooral bij ziek zijn) zorgt voor een kleinere kans op
acute problemen en gevolgen op de lange termijn. De diëtist kan u begeleiden bij het volgen van
het dieet. Ook kan hij adviezen geven over het toepassen van het dieet. Verder kan hij
aanbevelingen doen over toegestane en niet-toegestane voedingsmiddelen en eventuele
alternatieven.