Oktober 2012
7
2.1
Presentatie
Mannelijke patiënten en vrouwelijke dragers met ziekteverschijnselen
OTCD komt alleen voor bij jongens en mannen voor. Dit komt doordat OTC een erfelijke ziekte is
die X-gebonden overerft. Een erfelijke ziekte betekent dat de ziekte vaak wordt overgedragen via
het erfelijk materiaal (de genen) van de ouders. X-gebonden overerving houdt in dat de afwijking
zich bevindt op een van de genen op het X-chromosoom van de moeder. In de meeste gevallen
heeft zij zelf geen last van de ziekte. Dit komt doordat zij twee X-chromosomen heeft. Op het
tweede X-chromosoom ligt hetzelfde gen maar dan zonder afwijking. Deze zorgt ervoor dat het
OTC-enzym gewoon wordt aangemaakt. Zij is dan een “gezonde drager”. Een jongen heeft maar
één X-chromosoom. Als hij een afwijkend gen heeft op zijn X-chromosoom kan dit niet worden
gecompenseerd. Het enzym kan daardoor niet of onvoldoende worden gemaakt en hij wordt ziek.
De zonen van een drager-moeder hebben 50% kans om het verkeerde chromosoom te krijgen. Ook
dochters hebben 50% kans om het afwijkende chromosoom overerven, zij worden dan drager, net
als hun moeder.
Ondanks dat de vrouwelijke dragers een extra X-chromosoom met een gezond gen hebben, heeft
10%
van hen toch klachten. Dit komt doordat bij hen het afwijkende gen is ‘aangewezen’ om de
productie van het OTC-enzym aan te sturen. Hierdoor hebben zij toch te weinig of geen enzym-
aanmaak. Hierdoor kunnen zij dezelfde klachten hebben als mannelijke patiënten. De klachten
kunnen even ernstig zijn als bij mannen.
Klachten bij presentatie en ontregeling
OTCD is niet opgenomen in het screeningsprogramma bij pasgeborenen: de hielprikscreening.
Hierdoor wordt de diagnose meestal pas gesteld als patiënten zich presenteren met klachten.
Klachten ontstaan bijna altijd door het optreden van een acute ontregeling. Een acute ontregeling
ontstaat in situaties waarbij de patiënt teveel eiwit eet of ziek is met koorts en/of onvoldoende
voedingsinname. Bij ziek zijn of onvoldoende inname breekt het lichaam eigen eiwitten af om hier
energie uit te krijgen. Bij het afbreken van eiwitten komt heel veel ammoniak vrij. Dit kan een
levensbedreigende situatie veroorzaken. Dit noem je een acute ontregeling.
De leeftijd waarop patiënten zich presenteren en de klachten die zij hebben, kan verschillen. Aan
de hand hiervan worden verschillende vormen onderscheiden: de vroege (neonatale) vorm en de
late presentatie.
Vroege, neonatale vorm
Kinderen met de vroege neonatale vorm van OTCD krijgen klachten in de eerste weken na de
geboorte. Ze worden ziek, drinken slecht en spugen vaak. Ze kunnen geïrriteerd zijn of juist heel
slap en slaperig. Soms kunnen ze zelfs in coma raken.
Late presentatie
Het optreden van klachten na de eerste weken levensweken, wordt een ‘late presentatie’
genoemd. Het ontstaan van de klachten is vaak minder acuut dan bij de neonatale vorm, meestal
zijn er al langere tijd vage problemen. De klachten kunnen bestaan uit:
Slechte eetlust waarbij uitdroging,
Slecht groeien,
Braken,
Gedragsproblemen of psychiatrische problemen,
Spierzwakte,
Bewegingsproblemen of
Epilepsie.
Soms wordt de diagnose pas gesteld als een acute ontregeling optreedt waardoor plotseling
ernstige verslechtering optreedt (onafgebroken braken, bewustzijnsveranderingen, coma).