Mei 2012
15
Motorische problemen
Als gevolg van een acute ontregeling kan het kind ten opzichte van leeftijdsgenoten achterlopen in
de ontwikkeling van de motoriek (bewegen). Ook kunnen bewegingsstoornis ontstaan waarbij de
spieren onwillekeurig samentrekken (dystonie). De kinderarts onderzoekt de motorische
ontwikkeling bij het polibezoek. Dit doet hij door het kind te observeren en navraag te doen bij de
ouders. Als de ontwikkeling niet goed verloopt of hier twijfel over bestaat, kunt u worden
doorverwezen naar een (kinder)neuroloog of fysiotherapeut voor verder onderzoek en zo nodig
begeleiding. Bij bewegingsstoornissen zal uw kind begeleid worden door een heel team. Hierover
staat meer geschreven in het hoofdstuk ‘klachten op lange termijn – bewegingsstoornissen’ op
bladzijde 8. De behandeling van bewegingsstoornissen is erop gericht om de gevolgen van de
beperking zo klein mogelijk te maken.
Cognitieve ontwikkeling
Ook de cognitieve (verstandelijke) ontwikkeling van uw kind wordt onderzocht door de kinderarts.
Dit doet hij door het kind te observeren en navraag te doen bij de ouders. Daarnaast vindt bij jonge
kinderen een cognitieve screening plaats. Dit is een test waarbij de intelligentie en vaardigheden
op cognitief en sociaal gebied in kaart worden gebracht. De test wordt uitgevoerd door de
(
kinder)psycholoog. Verloopt de cognitieve ontwikkeling niet goed? Met behulp van de
(
kinder)psycholoog kan extra begeleiding worden gestart en kan advies worden geven ten aanzien
van bijvoorbeeld schoolniveau.
Als een kind chronisch ziek is waarbij een blijvende ontwikkelingsachterstand is ontstaan, kan dit
zwaar zijn voor ouders. Daarnaast geldt voor alle kinderen met een chronische ziekte dat dit een
sociaal-emotionele belasting met zich mee brengt. Bij problemen op dit gebied bij u of uw kind,
kan de huisarts vaak een belangrijke rol spelen. Eventueel kan een psycholoog of een
maatschappelijk werker extra begeleiding bieden.
Hartproblemen
Ongeveer een kwart van de mensen met PA krijgen in de loop van het leven problemen met het
hart. Meestal gaat het dan om een zwakke hartspier (cardiomyopathie) waardoor het bloed niet
goed kan worden rondgepompt. Dit kan al optreden op jonge leeftijd, dan geeft het klachten zoals
slecht drinken, niet goed groeien of benauwdheid. Bij oudere kinderen zie je meestal vermoeidheid
of plotseling wegrakingen. Een zwakke hartspier kan gevaarlijk zijn omdat hartritmestoornissen
kunnen ontstaan en dit kan in zeldzame gevallen een hartstilstand tot gevolg hebben.
De kinderarts doet navraag naar klachten die te maken kunnen hebben met hartproblemen en
voert lichamelijk onderzoek uit. Om de functie van het hart goed te bekijken wordt globaal een
keer per twee jaar een hartfilmpje gemaakt (registratie van de hartfunctie) en een echo
(
afbeelding van het hart). Als er problemen met het hart zijn, wordt uw kind doorverwezen naar de
kindercardioloog voor extra onderzoek en zo nodig behandeling.
Alvleesklierontsteking
De alvleesklier ligt boven in de buik. Het is een orgaan met een belangrijke functie op het gebied
van de spijsvertering. Ook bij gezonde mensen kan de alvleesklier ontsteken maar bij mensen met
PA is de kans hierop iets groter. Een ontsteking geeft vaak koorts met daarbij klachten van het
maag-darmkanaal zoals buikpijn, misselijkheid of braken. Na een maaltijd nemen de klachten toe.
Karakteristiek voor de pijn is de neiging om voorovergebogen te gaan zitten met opgetrokken
knieën. Omdat mensen met PA wel vaker een slechte eetlust hebben en vaak makkelijk braken
wordt het ziekte beeld soms niet herkend. Meestal komt de ontsteking na enkele weken weer tot
rust. Hierbij kan de alvleesklier volledig genezen. In sommige gevallen kan schade aan de
alvleesklier ontstaan.