Mei 2012
21
Dieetmaatregelen
•
Methode:
○
Anamnese over eventuele problemen met de dieetmaatregelen.
•
Beleid:
○
Geven van informatie met betrekking tot het ziektebeeld en de dieetmaatregelen.
○
Aanpassen van voedingsadviezen bij eventuele veranderingen (b.v. wens om af te vallen of
zwangerschap).
Overige aandachtspunten
•
Gewicht:
○
Probleem: Gewichtsproblemen als gevolg van afwijkend voedingspatroon of wens tot
afvallen.
○
Methode: Beoordelen van BMI en gewichtsbeloop.
○
Beleid: Bij afwijkend gewicht dieet hierop aanpassen. Bij wens tot gewichtsverlies; gedoseerd
afvallen onder begeleiding.
•
Noodprotocol:
○
Methode: Uitleg geven over het dieetgedeelte van het noodprotocol.
○
Beleid: Zo nodig bijstellen van noodprotocol.
•
Psychosociale kwesties:
○
Methode: Vragen naar problemen bij de omgang met het dieet.
○
Beleid: Geven van adviezen met betrekking tot de omgang met de dieetmaatregelen.
4.5
Overige betrokken zorgverleners
Huisarts
•
De behandeling van MCADD vindt primair plaats in een Universitair Medisch Centrum.
•
De huisarts kan ondersteuning en begeleiding bieden aan patiënten:
○
Bij alledaagse lichamelijke klachten en psychosociale problematiek.
○
Bij de eerste beoordeling van acute problemen, zoals ziek zijn en infecties.
•
De huisarts wordt zo nodig op de hoogte gebracht over de huidige omstandigheden met
betrekking tot de algehele gezondheid en MCADD door de internist.
•
De huisarts kan informatie inwinnen bij de internist (of het expertise centrum) als er klachten
zijn die mogelijk verband kunnen houden met MCADD.
Internist in een niet-academisch ziekenhuis
•
De behandeling van MCADD vindt primair plaats in een Universitair Medisch Centrum.
•
De internist in een algemeen ziekenhuis heeft een directe rol bij:
○
De behandeling van acute situaties met betrekking tot MCADD. Behandeling vindt dan plaats
volgens het noodprotocol, waarbij laagdrempelig overleg kan plaatsvinden met de kinderarts
metabole ziekten.
○
Bij begeleiding en behandeling van klachten die niet specifiek gerelateerd zijn aan MCADD.
•
De informatieoverdracht tussen de hoofdbehandelaar en algemeen internist is als volgt:
○
De hoofdbehandelaar informeert de algemeen internist over de voorgeschiedenis, het
ziektebeeld en de actuele gezondheidstoestand.
○
De hoofdbehandelaar zorgt zo nodig voor een overdracht over de huidige omstandigheden en
het actueel noodprotocol.
○
De algemeen internist stelt de hoofdbehandelaar op de hoogte bij opname en informeert na
ontslag over het beloop en bevindingen tijdens de opname.