November 2011
8
3.1
Patiënt en/of ouders
•
Is/zijn verantwoordelijk voor het doorgeven van informatie waarvan zij denken dat het van
belang is voor het ziekte- of zorgproces.
•
Is/zijn mede verantwoordelijk voor de uitvoering van het zorgtraject. Dit wordt concordantie
genoemd, waarbij in gezamenlijkheid doelstellingen worden geformuleerd nadat de kennis
tussen de patiënt en behandelaar is uitgewisseld.
3.2
Casemanager
•
Is het eerste aanspreekpunt bij vragen en problemen rondom het zorgtraject.
•
Is de coördinator van het gehele zorgtraject voor de patiënt, ouders en medebehandelaren.
•
Houdt overzicht over het gehele behandelproces.
•
Ziet erop toe dat afspraken zo veel mogelijk aansluiten op de behoeften van de cliënt.
•
Ziet erop toe dat afspraken over de behandeling zo veel mogelijk op elkaar zijn afgestemd.
•
Deze taak kan worden vervuld door de kinderarts, de diëtist, een (gespecialiseerd)
verpleegkundige of andere zorgverlener.
3.3
Kinderarts Metabole Ziekten
•
Is voor patiënten tot 18 jaar de vaste hoofdbehandelaar en in principe de casemanager tenzij
anders afgesproken.
•
Is verantwoordelijk voor het verschaffen van relevante informatie over de aandoening en over
de patiënt aan de andere behandelaren.
•
Is verantwoordelijk voor terugkoppeling van de bevindingen van andere behandelaren en dat
deze zo nodig worden geïncorporeerd in de verdere behandeling en begeleiding.
•
Informeert ongeveer één keer per jaar de eigen huisarts van de patiënt over de algehele
gezondheid en het ziekteverloop.
•
Stelt patiënt en ouders op de hoogte van patiënteninformatie en de patiëntenverenigingen:
○
Patiënteninformatie: Informatiefolder van Galactosemie Vereniging Nederland
(
, informatie via de website van VKS
(
) en het dieetboekje (“het dieet bij galactosemie”) van
Galactosemie Vereniging Nederland en het KODAZ (Kinderdiëtetiek Overleg Diëtisten
Academische Ziekenhuizen).
○
Patiëntenvereniging: VKS en Galactosemie Vereniging Nederland.
•
Een dienstdoend kinderarts metabole ziekten is 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar,
eventueel via de dienstdoend van de algemene kindergeneeskunde.
•
De kinderarts is op de achtergrond betrokken bij (acute) opnames voor andere redenen dan
galactosemie, zodat hij over eventuele effecten van diagnostiek en behandeling op
galactosemie kan adviseren. De kinderarts wordt hierover op de hoogte gebracht door de arts
die de patiënt heeft opgenomen of door ouders.
•
Rond de leeftijd van 18 jaar vindt transitie plaats van de kindergeneeskunde naar de interne
geneeskunde. De kinderarts is verantwoordelijk voor een volledige en overzichtelijke
overdracht (waaronder medische voorgeschiedenis, huidige problematiek en andere
bijzonderheden) en begeleiding van de patiënt en ouders bij deze overgang.
Poliklinische controles:
Globaal vindt poliklinische controle plaats volgens onderstaand schema. De frequentie is mede
afhankelijk van de problematiek en omstandigheden van de patiënt en zijn ouders.