Mei 2012
24
•
Laboratorium uitslagen:
○
Methode: Bespreken van laboratorium uitslagen mbt het dieet en bespreken van de effecten
en gevolgen van het dieet op deze uitslagen.
○
Beleid: Adviezen geven met betrekking tot eventuele dieetaanpassingen.
•
Voedingsstatus:
○
Methode: Beoordelen van volledigheid van het dieet.
○
Beleid: Aanpassen van de dieetsamenstelling bij onvolwaardig dieet en adviseren over
eventuele toepassingen van voedingsmiddelen, dieetpreparaten en/of supplementen.
•
Noodprotocol:
○
Methode: Uitleg geven over het dieet gedeelte van het noodprotocol.
○
Beleid: Zo nodig bijstellen van noodprotocol.
•
Psychosociale kwesties:
○
Methode: Vragen naar problemen bij de omgang met het dieet.
○
Beleid: Geven van adviezen met betrekking tot de omgang met het dieet.
4.5
Vaste medebehandelaren: neuroloog
•
Is geïnformeerd door de arts metabole ziekten over GA-1 en de voorgeschiedenis, huidige
omstandigheden en eventuele problemen van de patiënt.
•
Informeert de casemanager over zijn bevinden en beleid.
•
Methode: Begeleiding bij neurologische problemen. Frequentie van policontrole afhankelijk van
de problematiek en de omstandigheden van de patiënt.
4.6
Overige betrokken zorgverleners
Huisarts
•
De behandeling van GA-1 vindt primair plaats in een Universitair Medisch Centrum.
•
De huisarts kan ondersteuning en begeleiding bieden aan patiënten:
○
Bij alledaagse lichamelijke klachten en psychosociale problematiek.
○
Bij de eerste beoordeling van acute problemen, zoals ziek zijn en infecties.
•
De huisarts wordt zo nodig op de hoogte gebracht over de huidige omstandigheden met
betrekking tot de algehele gezondheid en GA-1 door de internist.
•
De huisarts kan informatie inwinnen bij de internist (of het expertise centrum) als er klachten
zijn die mogelijk verband kunnen houden met GA-1.
Internist in een niet-academisch ziekenhuis
•
De behandeling van GA-1 vindt primair plaats in een Universitair Medisch Centrum.
•
De internist in een algemeen ziekenhuis heeft een directe rol in de behandeling van:
○
Acute situaties met betrekking tot GA-1. Behandeling vindt dan plaats volgens het
noodprotocol waarbij er laagdrempelig overleg kan plaatsvinden met de behandelend
internist metabole ziekten.
○
Acute situatie die niet gerelateerd zijn aan GA-1.
○
Klachten die niet gerelateerd zijn aan GA-1.
•
De informatieoverdracht tussen de hoofdbehandelaar en algemeen internist is als volgt:
○
De hoofdbehandelaar informeert de algemeen internist over de voorgeschiedenis, het
ziektebeeld en de actuele gezondheidstoestand.
○
De hoofdbehandelaar zorgt zo nodig voor een overdracht over de huidige omstandigheden
en het actuele noodprotocol.
○
De algemeen internist stelt de hoofdbehandelaar op de hoogte bij opname en informeert na
ontslag over het beloop en bevindingen tijdens de opname.