Mei 2012
20
•
De informatieoverdracht tussen de hoofdbehandelaar en algemeen kinderarts is als volgt:
De hoofdbehandelaar informeert de algemeen kinderarts of internist over de
voorgeschiedenis, het ziektebeeld en de actuele gezondheidstoestand.
De hoofdbehandelaar zorgt globaal één keer per jaar voor een overdracht over de huidige
omstandigheden en het actueel noodprotocol.
De algemeen kinderarts stelt de hoofdbehandelaar op de hoogte bij opname en informeert
na ontslag over het beloop en bevindingen tijdens de opname.
Diëtist in een niet-academisch ziekenhuis
•
De dieetbehandeling van patiënten met PA vindt primair plaats in een Universitair Medisch
Centrum onder begeleiding van een diëtist.
•
In specifieke situaties kan er voor worden gekozen om een deel van de begeleiding, met
betrekking tot het dieet, in een niet academisch ziekenhuis plaats te laten vinden.
○
Begeleiding van het dieet bij opname in het niet academische ziekenhuis, zo nodig in overleg
met de vaste diëtist uit het academische ziekenhuis.
○
Langdurige begeleiding van het dieet vanaf de adolescenten leeftijd bijvoorbeeld bij het
nastreven van een gewichtsverandering in verband met over- of ondergewicht.
•
Indien is gekozen voor contact met een diëtist in een niet academisch ziekenhuis dan is de
informatie overdracht als volgt:
○
De diëtist in het Universitair Medisch Centrum informeert de diëtist in het niet academisch
ziekenhuis over het ziektebeeld, het dieet en andere relevante aspecten.
○
De diëtist in het niet academisch ziekenhuis rapporteert na afloop van de begeleiding over
het dieet en andere relevante aspecten.
Andere specialisten binnen het academisch ziekenhuis
•
Indien de patiënt door een ander specialist in het academisch ziekenhuis wordt opgenomen,
wordt de hoofdbehandelaar hierover door de betreffende arts op de hoogte gesteld.
•
De kinderarts metabole ziekten is tijdens deze opname op de achtergrond betrokken voor
advies over eventuele effecten van diagnostiek en behandeling op PA.
•
De betreffende specialist rapporteert na ontslag over het beloop en de bevindingen tijdens
opname aan de kinderarts metabole ziekten.
Verpleegkundige
•
Verpleegkundigen zijn betrokken bij:
○
De dagelijkse persoonlijke verzorging van de patiënt tijdens klinische opname.
○
Verpleeg-technische handelingen, zoals het inbrengen van een
o
○
Verlenen van medische zorg, zoals observatie van patiënten en toedienen van medicatie.
○
Begeleiden van patiënten, zoals bij de omgang van de patiënt met ziekte en behandeling en
het bevorderen of aanleren van zelfredzaamheid.
Apotheker
•
De apotheker verstrekt de voorgeschreven en zelfzorg medicijnen aan de patiënt. Hierbij heeft
hij aandacht voor mogelijke interacties, bijwerkingen en contra-indicaties.
•
De apotheker adviseert de patiënt over de wijze van gebruik van het medicijn en de
bijwerkingen.
•
De apotheker geeft desgevraagd advies aan de hoofdbehandelaar over eventuele alternatieven
voor de voorgeschreven medicatie.