Februari 2012
20
Overige aandachtspunten
Tijdens de controle is aandacht voor de groei en/of voedingstoestand. Bij over- of ondergewicht
wordt het dieet daarop aangepast. De diëtist geeft dieetadviezen om de hoeveelheid energie in de
voeding te verhogen (bij ondergewicht) of te verlagen (bij overgewicht). Hierbij wordt uiteraard
rekening gehouden met de factoren die van invloed zijn op de ziekte en de volwaardigheid van het
dieet.
Daarnaast heeft de diëtist ook aandacht voor eventuele tekorten die kunnen ontstaan bij VLCADD.
Doordat bepaalde voedingsmiddelen niet of minder mogen worden gegeten, kunnen namelijk
tekorten ontstaan van bepaalde stoffen die belangrijk zijn voor het lichaam. Als tekorten ontstaan,
kunnen dieetadviezen of voedingssupplementen worden gegeven.
De diëtist geeft uitleg over dieetmaatregelen in de eerste fase van een dreigende metabole
ontregeling. Op dat moment kan een metabole ontregeling vaak worden vermeden door in te
grijpen met dieetaanpassingen (bijvoorbeeld door vaker te eten en vooral suikers als energiebron
te gebruiken). Naast deze maatregelen is het uiteraard belangrijk om contact op te nemen met de
internist en het noodprotocol verder te volgen.
Bovendien besteedt de diëtist aandacht aan psychosociale kwesties. Het volgen van het dieet kan
soms een erg zware opgave zijn voor de patiënt. Vooral omdat het dieet altijd moet worden
gevolgd en het niet naleven van het dieet gevolgen voor de gezondheid heeft. Problemen met de
omgang van het dieet worden besproken en hierover worden adviezen gegeven.
Bij een zwangerschap is het soms nodig om het dieet aan te passen omdat meer behoefte ontstaat
aan glucose. De diëtist begeleidt u hierbij.
4.5
Vaste medebehandelaren: neuroloog
De neuroloog houdt zich bezig met de hersenen en zenuwen die de rest van het lichaam
aansturen. Door een ernstige daling van de bloedsuiker (hypoglycemie) kan een achterstand in de
mentale ontwikkeling ontstaan, door schade aan de hersenen. Een hypoglycemie wordt ernstig
genoemd als iemand niet meer zelf kan eten of drinken. Als het dieet goed gevolgd wordt, dan
gebeurt dit zelden. Daarnaast heeft de neuroloog ook aandacht voor de spierproblemen. Controle
bij de neuroloog vindt ongeveer één keer per jaar plaats.
4.6
Vaste medebehandelaren: fysiotherapeut
Patiënten kunnen last hebben van periodes met spierpijnen, vooral na periodes van intensieve
inspanning of vasten. Hierbij kan de fysiotherapeut ondersteuning bieden, bijvoorbeeld door het
opstellen en begeleiden van een persoonlijk oefenschema.
4.7
Vaste medebehandelaren: cardioloog
Alle patiënten met hartproblemen zijn onder controle bij de cardioloog (een arts gespecialiseerd in
hartaandoeningen). De cardioloog controleert het hart door te vragen naar klachten, lichamelijk
onderzoek, een hartfilmpje en een echo van het hart. Afhankelijk van de klachten en de ernst van
de hartproblemen komt u ongeveer één keer per jaar of per twee jaar bij de cardioloog op
controle.