Oktober 2012
17
Poliklinische controle bij de diëtist
Poliklinische controles worden vaak gecombineerd met poliklinische controle bij de kinderarts. Hoe
vaak u op controle komt, hangt ook af van de individuele behoefte. Globaal geldt het onderstaande
schema:
Leeftijd
Frequentie
0 - 3
maanden
Ten minste 1 x per maand
3 - 12
maanden
1
x per 3 maanden
1 - 18
jaar
2 - 4
x per jaar
In de praktijk zal vaker contact zijn (soms wel wekelijks), per mail of telefonisch. Dit hangt af van de
uitslagen. Heeft u tussen de controles door nog vragen over het dieet? Dan kunt u contact
opnemen met de diëtist.
Dieet
Tijdens de controle worden eventuele knelpunten binnen het dieet besproken. Het dieet wordt
aangepast op basis van leeftijd en gewicht maar ook bij veranderingen in het dagelijks leven. De
diëtist kan u en uw kind begeleiden bij het volgen van het dieet. Ook kan hij adviezen geven over
het toepassen van het dieet. Verder geeft hij informatie over welke voedingsmiddelen veel of
weinig natuurlijk eiwit bevatten en hoe de voeding kan worden gevarieerd. De diëtist informeert u
tevens over de toepassing van dieetproducten en dieetpreparaten.
Overige aandachtspunten
Ouders krijgen vaak vanuit meerdere bronnen informatie over voeding. Advies gegeven door
bijvoorbeeld het consultatiebureau, de crècheleiders of andere ouders/familieleden is meestal
advies gericht op kinderen in het algemeen. Dit is vaak heel waardevol maar soms kan het voor
verwarring zorgen. Neemt u daarom bij twijfel over een bepaald voedingsadvies contact op met de
diëtist.
Tijdens de controle is aandacht voor de lengtegroei en voedingstoestand. Bij onder- of overgewicht
of een achterlopende lengtegroei, past de diëtist het dieet aan en geeft dieetadviezen om de
hoeveelheid energie in de voeding te verhogen of verlagen. Hierbij wordt uiteraard rekening
gehouden met factoren die van invloed zijn op de ziekte en met de volwaardigheid van het dieet.
Daarnaast heeft de diëtist ook aandacht voor eventuele tekorten die kunnen ontstaan bij MSUD.
Doordat bepaalde voedingsmiddelen niet of minder mogen worden gegeten, kunnen tekorten
ontstaan van bepaalde stoffen die belangrijk zijn voor het lichaam. Als er tekorten ontstaan,
kunnen dieetadviezen, dieetpreparaten of voedingssupplementen worden gegeven.
De diëtist geeft uitleg over de dieetmaatregelen in het noodprotocol. Door het goed opvolgen van
de adviezen op het moment van ziek zijn, kan een ontregeling vaak worden voorkomen.
Verder is tijdens de controle aandacht voor de zelfstandigheid van de patiënt. Omdat de patiënt
uiteindelijk zelf verantwoordelijkheid moet gaan nemen voor het dieet. Wanneer dit moment is,
hangt af van het kind en van de ouders. De diëtist kan ondersteuning bieden in het proces van
geleidelijk overgang van de verantwoordelijkheid van ouders naar de patiënt. Bijvoorbeeld door
uitleg te geven over de ziekte en het dieet aan de patiënt en door (de moeilijkheid van) het uit
handen geven van de verantwoordelijkheid met ouders te bespreken.
Tenslotte besteedt de diëtist aandacht aan psychosociale kwesties. Het volgen van het dieet kan
soms een erg zware opgave zijn voor zowel de patiënt als ouders. Vooral omdat het dieet altijd