Januari 2012
16
Poliklinische controle bij de diëtist
Poliklinische controles worden vaak gecombineerd met poliklinische controle bij de kinderarts. Hoe
vaak u op controle komt, hangt ook af van de individuele behoefte. Heeft u tussen de controles
door nog vragen over het dieet? Dan kunt u telefonisch of per e-mail contact opnemen met de
diëtist.
Dieet
Tijdens de controle worden eventuele knelpunten besproken. Het dieet wordt aangepast op basis
van leeftijd en gewicht, maar ook bij veranderingen in het dagelijks leven. Er wordt ook gekeken
naar de volwaardigheid van het dieet.
De diëtist kan u en uw kind begeleiden bij het volgen van het dieet. Ook kan hij adviezen geven
over het toepassen van het dieet. Verder doet hij aanbevelingen over toegestane
voedingsmiddelen. Voor voedingsmiddelen die niet zijn toegestaan, bedenkt hij waar mogelijk
alternatieven.
Overige aandachtspunten
Bij de controle is aandacht voor de voedingstoestand en de groei. Bij over- of ondergewicht wordt
het dieet aangepast. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de factoren die van invloed
kunnen zijn op de ziekte. Ook wordt gelet op de volwaardigheid van het dieet. Een achterstand in
de lengtegroei kan het gevolg zijn van een dieet dat niet optimaal is. De diëtist zal ook dan
adviezen geven over aanpassing van het dieet.
Daarnaast besteedt de diëtist aandacht aan eventuele tekorten. Die kunnen ontstaan doordat
bepaalde voedingsmiddelen niet of minder mogen worden gegeten. Als er tekorten zijn van
belangrijke stoffen voor het lichaam, geeft de diëtist dieetadviezen of voedingssupplementen.
Verder is tijdens de controle aandacht voor de zelfstandigheid van de patiënt. Dit omdat de patiënt
uiteindelijk zelf verantwoordelijkheid moet gaan nemen voor het dieet. Wanneer dit moment is,
hangt af van het kind en van de ouders. De diëtist kan ondersteuning bieden bij een geleidelijke
overgang van de verantwoordelijkheid van ouders naar de patiënt. Bijvoorbeeld door uitleg te
geven over de ziekte en het dieet. Voor ouders is het soms moeilijk om de verantwoordelijkheid uit
handen te geven. Ook dat kunt u met de diëtist bespreken.
Bovendien besteedt de diëtist aandacht aan psychosociale kwesties. Het volgen van het dieet is
soms een erg zware opgave voor de patiënt en de ouders. Vooral omdat het dieet altijd moet
worden gevolgd: het niet naleven van het dieet heeft gevolgen voor de gezondheid. U kunt
problemen met de omgang van het dieet bespreken. Ook kan de diëtist adviezen geven. Bij een
eet-probleem kunt u worden doorverwezen naar een eetconsulent of kinderpsycholoog.
3.5
Vaste medebehandelaren: oogarts
De oogarts vraagt naar de oogklachten. Hij bekijkt het oog met behulp van een speciale lamp. Na
onderzoek kan, in overleg met de kinderarts of diëtist, de NTBC worden aangepast. Ook kunnen
tijdelijk extra medicijnen nodig zijn om de oogproblemen te verhelpen.
3.6
Overige betrokken zorgverleners
Huisarts
Als de diagnose tyrosinemie is gesteld, brengt de kinderarts metabole ziekten uw huisarts op de
hoogte. De behandeling van tyrosinemie vindt plaats in het Universitair Medisch Centrum. Dat
gebeurt onder begeleiding van de kinderarts. Ook de huisarts kan ondersteuning en begeleiding