Oktober 2012
12
Dosis: Natriumbenzoaat oraal: 250-400 mg/kg/dag, max 12 g/dag.
Natriumfenylbutyraat oraal: <20 kg: ≤ 250 mg/kg/dag, >20kg: ≥5g/m2/dag, max 12 g/dag.
Om bijwerkingen als mucositis of gastritis te voorkomen wordt aangeraden om de
medicijnen 4 maal daags gedurende de maaltijd in te nemen met voldoende vocht.
Bij hyperammoniëmie kan ook kan ook gekozen worden voor een combinatiepreparaat: Ammonul,
toediening IV dmv een centrale lijn. Deze bevat natriumfenylacetaat en natriumbenzoaat
10%/10%.
Te vermijden medicatie
Na gebruik van enkele medicijnen is een metabole ontregeling beschreven bij patiënten met een
UCD. Het is verstandig zorgvuldig af te wegen of gebruik van de volgende medicatie noodzakelijk
is: valproaat en L-asparaginase/pegaspargase.
In mindere mate: topiramate, carbamazapine, fenobarbital, fenytoïne, primidon, furosemide,
hydrochloorthiazide en salicylaten (Haeberle et al., 2012).
Vaccinaties
Patiënten met OTCD krijgen de vaccinaties volgens het schema van het Rijksvaccinatieprogramma
(
RVP). Daarnaast komen ze in aanmerking voor de griepprik.
Rondom het vaccineren is extra waakzaamheid voor katabole situaties aanbevolen en preventief
gebruik van paracetamol wordt geadviseerd ter voorkoming van koorts en pijn.
Niveau 4
Serum/plasma waarden van natriumbenzoaat/natriumfenylbutyraat en plasma waarden van
arginine moeten worden gecontroleerd indien hoge of frequent herhaalde dosis wordt gegeven.
(
Haeberle et al., 2012)
Niveau 4
Benzoaat en Fenylbutyraat conjugeren respectievelijk met de aminozuren glycine en glutamine
tot hippuraat en fenylacetylglutamine waarna excretie via de urine plaatsvindt. Er zijn geen
dose-finding onderzoeken uitgevoerd. Advies wordt gegeven op basis van biochemische
informatie en expert opinion.
(
Saudubray et al., 2011)
Niveau 4
In sommige patiënten is een hogere dosis nodig van natriumbenzoaat/natriumfenylbutyraat
dan het genoemde advies. FDA en EMA goedgekeurde dosis is 450-600mg/kg/dag in kinderen <
20
kg en >20 kg: 9.9-13 g/m2/dag.
(
Haeberle et al., 2012)
Niveau 4
Zowel natriumbenzoaat als natriumfenylbutyraat zijn veilig bevonden bij gebruik met de
aanbevolen dosering. In veel Europese centra zou natriumbenzoaat de voorkeur hebben, omdat
natriumfenylbutyraat een histone 1,2 deacetylase remmer is waarbij mogelijk, nog onbekende,
lange termijn bijwerkingen kunnen optreden. Ook zijn er enkele bekende bijwerkingen
beschreven (menstruele dysfunctie, verminderde eetlust, onaangename lichaamsgeur, BCAAA
depletie).
(
Haeberle et al., 2012)(Scaglia, 2010)
Niveau 4
Neomycine en metronidazol worden gebruikt om de hoeveelheid ammoniak die door de
darmbacteriën wordt geproduceerd te verminderen. Er is geen evidence die deze behandeling
ondersteunt.
(
Haeberle et al., 2012)
Niveau 3
Vaccinaties zijn niet bekend als oorzaak voor metabole ontregeling bij patiënten met UCD,
ondanks het potentiële risico op koorts.
(
Haeberle et al., 2012;Morgan et al., 2011)