Oktober 2012
8
2.2
Diagnostiek
Bij hyperammoniëmie:
•
Bloed:
○
Ammoniak, vervolgen in het kader van behandeling.
○
Bloedgas analyse, elektrolyten, lactaat, glucose, ASAT, ALAT, albumine, stolling, plasma
aminozuren (glutamine), vrije carnitine en acylcarnitine profiel.
•
Urine:
○
Urine orootzuur, organische zuren en aminozuren.
Te verwachten afwijkingen OTCD:
•
Plasma aminozuren analyse: verhoging glutamine en alanine, verlaagd/afwezig citrulline en
arginine.
•
Urine: verhoging orootzuur.
•
Gouden standaard: mutatie analyse (meer dan 400 verschillende mutaties zijn beschreven).
•
Enzymdiagnostiek: partiële of complete OTCD deficiëntie.
Bij dragerschap:
Indien mutatie analyse of enzymdiagnostiek niet beschikbaar of negatief is, overweeg RNA
diagnostiek, allopurinol-test of pedigree-analyse.
Aanvullend onderzoek
•
Op indicatie.
•
Onderzoek naar OTCD bij familieleden. Verwijzing klinisch geneticus voor risicobepaling in de
familie.
Niveau 3
De mate van onomkeerbare hersenschade door hyperammoniëmie is afhankelijk van de
hersenrijping, de hoogte en duur van ammoniak blootstelling. Ernstige hersenschade wordt dus
met name gezien bij langdurige hyperammoniëmie met serum ammoniak waarden ≥180 μmol/l
in de eerste twee levensjaren.
(
Braissant, 2010;Iyer et al., 2012;Kido et al., 2011)
Niveau 3
In de meerderheid van de vrouwelijke patiënten en in sommige mannelijke patiënten blijkt de
mutatie de novo en is de moeder niet de drager.
(
Yamaguchi et al., 2006)
Niveau 4
In 80% van alle OTC patiënten kan de mutatie worden gevonden met de standaard mutatie
analyse. RNA diagnostiek of OTC enzym diagnostiek in lever of intestinaal mucosa kan helpen
om de diagnose bij mannen te bevestigen. Bij vrouwen is dit minder betrouwbaar ivm
mosaïcisme veroorzaakt door lyonisatie.
(
Haeberle et al., 2012;Yamaguchi et al., 2006)
Niveau 3
Vrouwelijke dragers kunnen ook worden gediagnosticeerd met een allopurinol-test. Na
toediening van allopurinol wordt verhoging gezien van orootzuur en orotidine excretie door
remming van de laatste stap in de uridine synthese. Deze test is weinig sensitief en specifiek.
(
Grunewald et al., 2004;Haeberle et al., 2012)