Zorgpad Ketogeen dieet Versie voor behandelaren - page 9

Leeftijd wordt gezien als een belangrijk determinant voor het ontwikkelen van epilepsie. De 
incidentie is relatief hoog op de kinderleeftijd, neemt dan af en stijgt weer op oudere leeftijd. 
De prognose is van veel factoren afhankelijk. Resultaten van de behandeling van epilepsie verbeteren 
aanzienlijk indien er geen andere neurologische afwijkingen geconstateerd zijn, er sprake is van 
normale cognitie, de aanvalsfrequentie laag is, het EEG geen afwijkingen laat zien en/of er een snelle 
positieve reactie is op anti‐epileptica [1]. 
De diagnose epilepsie wordt gesteld op basis van de aanvalsbeschrijving. De medische voorgeschie‐ 
denis, de beginleeftijd van de epilepsie, bevindingen bij EEG, beeldvormend onderzoek en in 
voorkomende gevallen DNA onderzoek helpen bij het classificeren van het type epilepsie (ILAE 
classificatie). 
Refractaire epilepsie 
Er is sprake van refractaire epilepsie wanneer er tenminste 2‐3 eerste keus anti‐epileptica (AED) in 
de juiste hoeveelheden ingenomen, onvoldoende effect resulteren op de epileptische aanvallen. Dit 
is bij 20‐30% van de patiënten met epilepsie het geval. 
Anderszins debuteren op de kinderleeftijd epilepsie syndromen zoals het syndroom van Ohtahara, 
Lennox‐Gastaut [2], West [3], Dravet [4], Doose [5] die meestal zéér therapieresistent zijn. Uit 
literatuur komen steeds meer aanwijzingen dat voor genoemde specifieke epilepsie syndromen het 
ketogeen dieet een belangrijke behandeloptie kan zijn. 
Indicatie en contra‐indicatie 
De meest voorkomende indicatie voor behandeling met het ketogeen dieet is refractaire epilepsie. 
Wanneer er sprake is van ernstige bijwerkingen van AED of wanneer de patiënt wacht op epilepsie‐ 
chirurgie kan behandeling met het ketogeen dieet eveneens worden toegepast [1]. 
Andere indicaties voor behandeling met het ketogeen dieet zijn stofwisselingsziekten zoals Glucose 
Transporter Deficiëntie (GLUT‐1) en stoornissen in de cellulaire energievoorziening zoals Pyruvaat 
Dehydrogenase Complex Deficiëntie (PDHC) en andere mitochondriële ziekten zoals Complex I 
deficiëntie [6, 7]. De indicatie voor het ketogeen dieet komt vooral voort uit de aard van het 
biochemische defect. Therapieresistente aanvallen, bij een stofwisselingsziekte of specifiek 
syndroom (bijvoorbeeld Angelman Syndroom), kunnen eveneens een indicatie voor het dieet zijn. 
Het ketogeen dieet is contra‐geïndiceerd bij patiënten met een stofwisselingsziekte waarbij het 
vetmetabolisme gestoord is, zoals bij vetzuurtransport en vetzuuroxidatie stoornissen en primaire 
carnitine deficiëntie. Deze patiënten kunnen bij het gebruik van het ketogeen dieet een snelle 
neurologische achteruitgang, hypoglycemieën en ernstige metabole acidose krijgen. 
Een relatieve contra‐indicatie is het gebruik van steroïden. 
Ook voor stofwisselingsziekten met een hoog risico op levensbedreigende hypoglycemieën zoals 
glycogeen stapelingsziekten en gluconeogenese defecten is het dieet contra‐geïndiceerd. Hetzelfde 
geldt voor patiënten met porfyrie waarbij het ketogeen dieet een acute intermitterende porfyrie 
crisis kan uitlokken door gebrek aan koolhydraten. 
Traditioneel werd het ketogeen dieet bij patiënten met epilepsie  voornamelijk toegepast bij 
kinderen in de leeftijdcategorie 2‐16 jaar. Tegenwoordig wordt het ketogeen dieet reeds vanaf de 
leeftijd van 4 weken of zonodig eerder toepast (in geval van metabole aandoeningen al vanaf 
geboorte) [3, 8].  Er zijn ook toenemende aanwijzingen dat volwassenen met therapieresistente 
epilepsie baat hebben bij behandeling met het ketogeen dieet [9‐11].
1,2,3,4,5,6,7,8 10,11,12,13,14,15,16,17,18,19,...58
Powered by FlippingBook