16
-
DEXA‐scan/handfoto op indicatie (bijv. bij spontane
fracturen, immobiliteit, gebruik van bepaalde AED)
-
eventueel neuropsychologisch onderzoek
-
bepaling plasma Selenium
-
aanvullende diagnostiek i.o.m (kinder)arts/
(kinder)nefroloog.
Acidose verhoogt de kans op osteoporose
Selenium tekort (< 2.54 μmol/l) is geassocieerd met
lang QTc‐syndroom.
Kies bij suppletie een multi vitaminepreparaat dat
Seleniumbevat.
Overig:
Controlemedicatie op aanwezigheid/hoeveelheid
opneembarekoolhydraten
Indien er geen duidelijke etiologie is van de epilepsie en
klinisch beeld past bij metabole stoornis; is aanvullend
onderzoek geïndiceerd;
Plasma: aminozuren, lactaat, pyruvaat, ammoniak
Urine: organische zuren
Overleg met (ziekenhuis) apotheker over de minst
koolhydraat bevattende medicatie en opsporen van
verborgen koolhydraatbronnen uit medicatie. In de
praktijk komt dit neer op maximaal 500 mg
koolhydraten bij een klassiek ketogeen dieet en
maximaal 1000 mg koolhydraten bij de andere
versies van het KD.
Belangrijk is contra‐geïndiceerdemetabole
aandoeningen uit te sluiten.
B. Voedingsanamnese, voedingstoestand en dieet [1]
De kinderdiëtist:
-
formuleert een diëtistische diagnose o.b.v. de medische en sociale gegevens en de
hulpvraag van patiënt en/of ouders
-
beoordeelt de voedingstoestand en voedingspatroon van de patiënt op grond van
gewicht/leeftijd (< 1 jaar) (SDS), gewicht/lengte (> 1 jaar) (SDS), BMI (> 18 jaar),
lengte/leeftijd (SDS)
-
bepaling van energiebehoefte (o.b.v. Schofield, Harrison Benedict, eventueel getoetst met
gegevens verzameld met een Indirecte caloriemetriemeting)
-
ontwikkelt een dieetplan dat gebaseerd is op gegevens uit driedaags voedingsdagboekje
en/of voedingsanamnese
-
besluit met ouders welke variant van het ketogeen dieet voor de patiënt het meest geschikt
is
-
leert ouders of patiënt om te gaan met het ketogeen dieet, berekeningsprogramma en
variatielijsten zodat binnen het dieet zoveel mogelijk gevarieerd kan worden binnen de
daarvoor geldende dieetkaders.
Het dieetadvies is gebaseerd op een aantal pijlers;
-
nauwkeurige berekening van de individuele energiebehoefte
-
eiwitinname volgends de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheden (ADH) (en minimaal de
WHO norm [18])
-
verhouding grammen vet t.o.v. grammen( koolhydraten + eiwit) = de ratio
(dit geldt niet voor de MAD en LGID)
-
suppletie van vitamines en mineralen.