18
vetverbranding. Wanneer er een stabiele adequate ketose is bereikt wordt de frequentie van
controles verminderd.
Het ketoseniveau is gevoelig voor wijzigingen in de samenstelling van het dieet, gebruikte medicatie, ziekte
en mate van lichamelijke inspanning.
Wanneer er sprake is van ziekte en/of bijzondere situatie (voedselweigering, ontregeling epilepsie, operatie
o.i.d.) is het raadzaam
extra
controles te verrichten.
Tabel 3 :
Streefwaarden bij klassiek‐ en MCT dieet
Bepaling
Streefwaarde
Ondergrens‐bovengrens
Ketonen:
-
bloed
-
urine
2 – 5 mmol/l
8 – 16 mmol/l (3 – 4+)
< 2 en > 6.5 mmol/l
>4 + is de waarde niet
betrouwbaar te meten
Glucose:
3 ‐ 4 mmol/l
2.5 mmol/l*
* bij klinische verschijnselen
eerder
NB: bij het MAD en LGID kan er met lagere waardes worden volstaan.
Tabel 4 :
Frequentie controles ketonen en glucose bij klassiek en MCT dieet
Bepaling
Periode
Ketonen:
Vast tijdstip van de dag
Bij instellen
(aan het einde van de dag)
-
bloed
-
urine
Bij stabiele ketose
Frequentie
3 maal per week, op
indicatievaker(zuigelingen,
ziekte , ontregeling)
1 maal per maand, op
indicatie vaker (zuigelingen,
ziekte , ontregeling)
Glucose:
Nuchter bepalen
Bij instellen
(alleen tijdens instellen)
Bij follow up
Dagelijks/om de dag
afhankelijk van leeftijd en
klinische situatie
uitsluitend op indicatie
NB: bij MAD en LGID wordt op indicatie gecontroleerd.
De keuze voor de wijze waarop de ketonen worden bepaald kan per multidisciplinair
behandelteam en per patiënt verschillen.
Controle van bloedketonen waarden: wanneer dit mogelijk/haalbaar is.
Controle van urineketonen waarden: wanneer dit verantwoord is.
Vanuit financieel oogpunt kan er voorkeur worden gegeven aan urinebepaling door ouders
thuis en bij controle afspraken in ziekenhuis/polikliniek in bloed.
Vanuit praktisch oogpunt heeft bloedcontrole de voorkeur wanneer er sprake is van
incontinentie.
Patiënt/ouders krijgen adviezen hoe zij in geval van afwijkende waardes moeten handelen.