24
Dexa scan/
handbotfoto
Indien sprake van
risicofactoren en bij
spontane fracturen
1x per 2 jaar
Vaker indien sprake van
risicofactoren en bij
spontane fracturen
Indien afwijkend (> ‐2 SD):
‐
dieetanalyse op vitamines
en mineralen
indien deficiënt:
suppleren
Niveau 3
Dietary treatment guideline for the ketogenic diet in children with refractory epilepsy.
(Th.A.M. van den Hurk, E.J.T.M van der Louw, 2010, ISBN 9789081214626)
Niveau 3
Optimal clinical management of children receiving the ketogenic diet: recommendations of the
International Ketogenic Diet Study Group.
(Kossoff, E.H., et al., Epilepsia (50) 2;304‐317( 2009)
Zoals andere medische behandelingen zijn er van het ketogeen dieet potentiële bijwerkingen
beschreven. De consensusgroep is hierover van mening dat het overall risico laag is en het
ketogeen dieet meestal niet om de bijwerkingen moet worden gestaakt. De consensus groep
benadrukt het belang van screening en monitoring van de patiënten.
Niveau 3
The ketogenic diet; a 3‐6 year follow up of 150 children enrolled prospectively.
(Hemingway, C., et al., Pediatrics. 2001 Oct;108(4):898‐905)
Hyperlipidemie en in die lijn ontwikkeling van atherosclerose t.g.v. langdurig volgen van het
ketogeen dieet is aandacht van zorg. Uit onderzoek blijkt dat er zelden sprake is van een
substantiële hyperlipidemie welke door aanpassing van de ratio weer normaliseert. De auteurs
geven aan dat in hun klinische praktijk het nog nooit is voorgekomen dat dieet gestaakt moest
worden o.b.v. hyperlipidemie bij kinderen die succesvol met het KD werden behandeld. Lange
termijn cardiovasculaire effecten moeten nog worden aangetoond.
Niveau 3
Long‐termmonitoring of the ketogenic diet; the Do’s and Don’ts.
(Bergqvist, A.M., Epilepsy Res. 2012 Jul;100(3):261‐6. Epub 2011 Aug 19)
Niveau 3
Review Article: Dietary treatments for epilepsy: Management guidelines for the general
practitioner.
(Lee, P.R., Kossoff, E.H., Epilepsy & Behavior 21 (2011) 115–121)
Er is nog geen literatuur m.b.t. validatie van de BoneXpert
E.
Ketogeen dieet tijdens ziekte [1]
In geval van ziekte is er sprake van een aantal factoren die de mate van ketose beïnvloeden.
Bij behandeling tijdens ziekte is het belangrijk verschil te maken tussen ziekte zonder koorts of ziekte
met koorts. Koorts kan ketose versterken en hierdoor keto‐acidose bevorderen. Koortsverlagende
maatregelen en medicatie zijn dan ook geïndiceerd.
Ook bij vasten, spugen of diarree bestaat er een verhoogde kans op hypoglycemie en keto‐acidose.
Naast het lichamelijk onderzoek en aanvullende diagnostiek naar de oorzaak van ziekte is laboratorium
onderzoek geïndiceerd van bloedgas, glucose, ketonen, natrium, kalium, ureum, kreatine.
Bij toepassing van ORS (Junior) kan afgeweken worden van de standaard oplossing van 1 zakje ORS per
500 ml water. Dit is afhankelijk van het koolhydraatgehalte van het ketogeen dieet dat de patiënt
volgt.
Zonodig wordt een (berekend) infuus gestart.
Bij dehydratie wordt extra vocht gegeven met NaCl 0.9%/Ringerlactaat of andere variant zonder
koolhydraten. Inloopsnelheid en samenstelling worden aangepast aan uitslagen van laboratorium
onderzoek. Bij hoge ketose wordt een zeer geringe hoeveelheid glucose 5 of 10% gegeven. Correctie
van hyperketose/metabole acidose m.b.v. natriumbicarbonaat is slechts zelden noodzakelijk.
F.
Protocol voor voeding en infuusbeleid zgn.
Noodprotocol
[1]
Het is aan te bevelen voor iedere patiënt die wordt behandeld met een ketogeen dieet een individueel
medisch noodprotocol bij ziekte op te stellen dat wordt opgenomen in het (elektronische)
patiëntendossier. Het individueel noodprotocol wordt tevens aan de patiënt/ouders gegeven om bij