19
Mogelijke oorzaken voor verstoorde ketose kunnen zijn:
‐ uit ketose zijn of lage ketose (< 2 mmol/l ketonen in bloed of < 1+ ketonen in urine):
‐ medicatie met verborgen koolhydraatbron,
‐ dieetfout; inname van teveel koolhydraten of teveel totaal energie,
‐
te laag energie% vet of een verkeerde verhouding MCT/LCT in het dieet,
‐
te lage ratio,
‐
ziekte.
‐
te hoge ketose (> 6.5 ketonen in bloed of > 4+ketonen in urine):
‐
te laag energie% koolhydraten,
‐
verkeerde verhouding MCT/LCT in het dieet,
‐
te hoge ratio,
‐
ziekte met braken/diarree/dehydratie,
‐
te lage energie‐inname (door onvoldoende intake of onjuiste berekening energiebehoefte),
‐ honger.
Niveau 3
Dietary treatment guideline for the ketogenic diet in children with refractory epilepsy.
(Th.A.M. van den Hurk, E.J.T.M van der Louw, 2010, ISBN 9789081214626)
Niveau 3
Optimal clinical management of children receiving the ketogenic diet: recommendations of the
International Ketogenic Diet Study Group
,
(Kossoff, E.H., et al., Epilepsia (50) 2;304‐317( 2009)
Niveau 3
Benefits of the nonfasting ketogenic diet compared to the initial fasting ketogenic diet
(Kim, D.W., et al., Pediatrics 2004;114;1627 )
In een retrospectieve studie waarin 2 behandelprotocollen worden vergeleken, protocol MET en
protocol ZONDER vasten, worden 124 patiënten geëvalueerd m.b.t. complicaties van vasten. Bij
een ketogeen dieet zonder voorafgaande periode van vasten lijken de complicaties dehydratie en
hypoglycemie minder frequent op te treden.
Niveau 3
Kidney stones, carbonic anhydrase inhibitors and the ketogenic diet.
(Kossoff, E.H., et al., Epilepsia 43;1168‐117, 2002)
Een retrospectieve analyse van N=301 kinderen. Hieruit blijkt dat bij 15 (6.7%) van 221 kinderen
behandeld met het ketogeen dieet nierstenen ontwikkelen wanneer zij geen koolzuuranhydrase
remmers gebruiken. In vijf (6.3%) van 80 kinderen op het dieet ontwikkelden nierstenen in
combinatie met gebruik van Topiramaat of Zonisamide. Auteurs raden aan alle patiënten die
behandeld worden met combinatietherapie van AED en het KD, de vochtintake te verhogen en te
monitoren op hematurie en hypercalcurie.
B.
Fine‐tuning [1, 16]
Ook al wordt het dieet individueel berekend en samengesteld, het kan alsnog voorkomen dat het
niet lukt een adequate ketose, zoals in tabel 3 vermeld staat, te bereiken. Door middel van
aanpassingen in het dieet wordt getracht de werkzaamheid van het dieet te optimaliseren, het zgn.
fine‐tuning. Hierbij hangt het van de situatie en de individuele patiënt af welke maatregelen c.q.
aanpassingen hiervoor nodig zijn.
Wanneer binnen een periode van 3 maanden geen sprake is van een optimale en stabiele ketose is
overleg binnen het behandelteam nodig om de vervolgstappen te bespreken.
C.
Bijwerkingen bij een ketogeen dieet
Behandeling met het ketogeen dieet is niet zonder risico’s. Bijwerkingen kunnen optreden zowel op
korte als op de lange termijn. Wanneer er sprake is van bijwerkingen is het van belang advies van de
kinderarts (metabole ziekten) in te winnen.
Bijwerkingen tijdens het instellen
Bij behandeling met een ketogeen dieet zijn een aantal bijwerkingen beschreven zoals obstipatie,
diarree, misselijkheid, braken, vermoeidheid en hypoglycemie. De meeste klachten treden vooral op